Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair), dan wel dat verdachte daaraan medeplichtig is geweest
(subsidiair), althans dat verdachte de (poging tot) moord/doodslag op [slachtoffer] samen met (een) ander(en) heeft voorbereid
(meer subsidiair);
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
[verdachte]
[medeverdachte 3]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van poging tot moord;
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
.Het oriëntatiepunt voor het gedurende zes tot twaalf maanden met enige regelmaat verkopen, afleveren en verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat is twaalf maanden gevangenisstraf. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken.
8.De schade van benadeelde
€ 105.651,90 [honderdvijfduizend zeshonderdeenenvijftig euro en negentig eurocent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
medeplegen van poging tot moord;
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
gevangenisstrafvoor de duur van
17 (zeventien) jaren;
wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 1 primair)
toetot een bedrag van
€ 75.627,--(bestaande uit € 627,-- materiële schade en € 75.000,-- immateriële schade);
€ 75.627,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2022) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 75.627,--(zegge: vijfenzeventig duizend zeshonderdzevenentwintig), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
365 dagenkan worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;