Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
“Je wilt het echt?”en dat zij toen
“Ja”zei, hij haar direct aanvloog. Hij duwde haar iets tegen haar borst achterover en ze zag in een flits dat hij iets met zijn hand in haar mond drukte. Ze zag niet wat het was, maar ze voelde dat het scherp was en dat haar tong gelijk heel erg begon te bloeden. Het voorwerp kwam eerst op de voorkant van haar tong en daarna voelde zij een steekbeweging naar de achterkant van haar mond.
‘stop alsjeblieft’en
‘help mij’. Toen hij haar in de hoek van de bank duwde, sloeg hij haar meerdere keren op de zijkant van haar lichaam. Ze lag opgekruld op de grond en hij lag op haar benen, waardoor ze klem lag. Hij pakte haar vervolgens aan de achterkant van haar hoofd en sleurde haar naar de achterkant van het bed. Ze voelde toen getrek aan haar haar en voelde klappen op haar hoofd. Daarna gooide verdachte haar in de hoek bij het bureau. [slachtoffer] begon te schreeuwen
‘help alsjeblieft’en hij rende weg, waarna zij kort daarna er achteraan ging en riep dat de politie gebeld moest worden.
Help” hoorde vanuit de kamer van [slachtoffer] . Vervolgens zag zij dat er een man, die zij kende als de vriend van [slachtoffer] , uit de kamer van [slachtoffer] kwam en hoorde dat hij zei “
Ze heeft mij gestoken”. [getuige 1] zag dat hij zijn hand omhoog hield, maar ze zag geen bloed op zijn hand. Vervolgens zag [getuige 1] dat [slachtoffer] uit de kamer kwam, dat zij bloed rondom haar mond en op haar trui had en hoorde dat [slachtoffer] zei ”
Bel de politie ik ben gestoken”. [5] Het viel [getuige 1] op dat verdachte kalm en totaal niet overstuur op haar overkwam en dat zij dit wel een verrassing vond gelet op het geluid dat zij uit de kamer hoorde komen. [6]
- of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding,
- de duur van de gemeenschappelijke huishouding,
- of er een relatie van affectieve aard is, en met name
- of betrokkenen kennelijk uitgaan van een nauwe lotsverbondenheid.
doorslaggevend is in het begrip ‘levensgezel’ evenwel, als gezegd, de nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid. Het moet gaan om een relatie die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. Deze is niet per se met het enkele feit van het samenwonen gegeven en vereist ook niet per se dat betrokkenen met elkaar samenwonen.’
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
‘directe materiële schade’en de
‘kosten genezing en herstel’zijn voldoende onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd betwist en daarom aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 145,88.
‘reiskosten’opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
150 (honderdvijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.720,88, (zegge: duizend zevenhonderdtwintig euro en achtentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2023 over een bedrag van € 1.500,00 respectievelijk vanaf 18 juli 2024 over een bedrag van € 220,88 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 27 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;