Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
we gaan zo meteen wel zien”. [8]
dit is hem niet” en dat er toen een kale jongen en een jongen met lang haar in een BMW 1 serie zijn gestapt. Verdachte is toen ook in zijn auto gestapt en er achteraan gereden. Ongeveer 200 meter verderop zag hij dat de kale man – die ook in de BMW stapte – een andere jongen uit een blauwe auto trok. Verdachte zat in de blauwe Mercedes en zag dat de kale man zijn kant op liep met de jongen die hij net uit de auto had getrokken. Verdachte heeft verklaard dat hij uitstapte en dat de jongen die uit de auto was gehaald zei “
Ik heb mijn sleutel nog in de auto”. Verdachte heeft verklaard dat – toen hij buiten zijn Mercedes stond – hij zag dat de jongen op de bijrijdersstoel van zijn Mercedes werd gezet. Hij zag dat de kale man terugliep naar zijn BMW en de jongen met het lange haar in zijn Mercedes stapte en hij zag dat ze wegreden. De jongen zat nog steeds op de bijrijdersstoel. Verdachte heeft verklaard dat hij toen de blauwe Dacia pakte en daarmee terugreed naar de [adres 1] en de Dacia voor de woning parkeerde. Vervolgens heeft hij de sleutel aan de jongen met het lange haar, die uit zijn Mercedes kwam, gegeven. Ook heeft verdachte verklaard dat hij degene is geweest die een foto van de Dacia heeft gemaakt. [9] Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat de foto van de jongen die uit de auto is getrokken ([slachtoffer 1]) en de foto van de jongen die aan kwam lopen met de tassen ([betrokkene]) ook door hem zijn gemaakt. Verdachte heeft verder ter terechtzitting verklaard dat hij aan de [adres 1] was om te bemiddelen in een drugsgerelateerd conflict en dat hij daarom ook is meegereden. [10]
we gaan zo meteen wel zien” en hij werd met zijn handen op zijn rug naar de auto begeleid en in die auto geduwd. Naar deze uiterlijke verschijningsvormen moet het voor de verdachten duidelijk zijn geweest dat [slachtoffer 1] tegen zijn wil van zijn vrijheid werd beroofd.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;
gevangenisstrafvoor de duur van
101 (honderdéén) dagen;