Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
Het primair tenlastegelegde
Het subsidiair tenlastegelegde
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
in beginseldat zij door hen betaalde BTW kunnen verrekenen met de BTW die zij aan de fiscus moeten afdragen. Daarom is BTW voor ondernemers geen schade en moet deze worden afgewezen. Teneinde de dagwaarde van de gestolen gereedschappen te bepalen, zal de rechtbank het aanschafbedrag (exclusief BTW) van deze gereedschappen, als vermeld in de overgelegde facturen, corrigeren door toepassing van een afschrijvingspercentage. De rechtbank zal een afschrijvingspercentage van 20% per jaar hanteren.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden;
€ 798,35(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2024);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde onder feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 798,35 (zegge: zevenhonderdachtennegentig euro en vijfendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 15 (vijftien) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;