AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs onttrekking minderjarigen aan opzicht Jeugdbescherming
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het onttrekken van haar twee minderjarige kinderen aan het opzicht van Jeugdbescherming Overijssel in de periode van 27 februari tot en met 9 maart 2023. De tenlastelegging hield in dat zij samen met haar toenmalige partner met de kinderen naar het buitenland was vertrokken zonder toestemming van Jeugdbescherming.
De officier van justitie stelde dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden, met uitzondering van een deel van de periode voor één kind. De verdediging voerde vrijspraak aan wegens gebrek aan opzet en stelde psychische overmacht in voor het andere kind.
De rechtbank oordeelde dat het vertrek naar het buitenland niet zonder meer als onttrekking aan het opzicht kan worden gezien, mede omdat dit niet was opgenomen in de veiligheidsafspraken en er geen bewijs was dat het vertrek definitief was. Ook was niet duidelijk wanneer verdachte kennis had van de kinderrechterlijke beslissingen. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte opzettelijk de kinderen aan het opzicht had onttrokken.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor onttrekking aan het opzicht van Jeugdbescherming.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.087807.23 (P)
Datum vonnis: 6 augustus 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1980 in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan de [adres] .
1.Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juli 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en haar raadsman mr. W.S. de Zanger, advocaat in Laren, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
in de periode van 27 februari 2023 tot en met 9 maart 2023 te Zwolle, opzettelijk haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ) en [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ) heeft onttrokken aan het opzicht van Jeugdbescherming Overijssel (hierna: JBOv), terwijl de minderjarigen jonger dan 12 jaar oud waren.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij in of omstreeks de periode van 27 februari 2023 tot en met 09 maart 2023 te Zwolle, althans in Nederland en/of in Italië, althans in Europa, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (een) minderjarige(n), [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2022, heeft onttrokken aan het wettig over hem en/of haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem en/of haar uitoefende, terwijl die minderjarige(n) beneden de twaalf jaren oud was/waren.
3.De bewijsmotivering
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, met dien verstande dat er vrijspraak dient te volgen voor het aan het wettelijk gezag onttrekken van [minderjarige 2] voor wat betreft de periode van 27 februari 2023 tot 6 maart 2023.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – overeenkomstig een aan de rechtbank overgelegde pleitnota – vrijspraak betoogd ten aanzien van het aan het wettelijk gezag onttrekken van dochter [minderjarige 2] over de gehele ten laste gelegde periode, wegens het ontbreken van opzet.
De raadsman heeft ten aanzien van het aan het wettelijk gezag onttrekken van zoon [minderjarige 1] een beroep op psychische overmacht gedaan, met als gevolg ontslag van alle rechtsvervolging, omdat de psychische druk vanuit de medeverdachte zodanig groot was dat zij daar redelijkerwijs geen weerstand aan kon en hoefde te bieden.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte wordt verweten dat zij haar minderjarige kinderen in de periode van 27 februari 2023 tot en met 9 maart 2023 heeft onttrokken aan het over hen wettelijk gesteld gezag. [minderjarige 1] was ten tijde van het ten laste gelegde 8 jaar oud en [minderjarige 2] 5 maanden.
In de dagvaarding is niet gespecificeerd uit welke handelingen dit onttrekken aan het wettelijke gezag heeft bestaan. De officier van justitie heeft in zijn requisitoir de nadruk gelegd op het feit dat [minderjarige 1] in de ten laste gelegde periode onder toezicht was gesteld van Jeugdbescherming Overijssel en verdachte toen, samen met medeverdachte [medeverdachte] , haar toenmalige partner en de biologische vader van [minderjarige 2] (hierna: [medeverdachte] ), met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar het buitenland is vertrokken met de intentie om niet terug te keren naar Nederland
De rechtbank leidt daaruit af dat de tenlastelegging zo moet worden begrepen, dat het onttrekken aan het wettelijk gezag of opzicht in deze strafzaak inhoudt dat verdachte, samen met [medeverdachte] , terwijl [minderjarige 1] onder toezicht stond van JBOv, met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Italië is gegaan, zonder dat daarvoor toestemming was van JBOv en dat zij toen ook [minderjarige 2] onder toezicht werd gesteld en beide kinderen met spoed uit huis werden geplaatst, niet terugkeerden naar Nederland.
Op 6 maart 2023 heeft de kinderrechter in de rechtbank Overijssel [minderjarige 2] voorlopig ondertoezichtstelling gesteld, en tevens de spoed machtiging uithuisplaatsing voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afgegeven.
Periode 27 februari 2023 tot 6 maart 2023
Verdachte heeft het gezag over [minderjarige 1] terwijl hij onder toezicht staat. Naar aanleiding van deze ondertoezichtstelling zijn door de JBOv veiligheidsafspraken opgesteld. Op 24 februari 2023 zijn deze veiligheidsafspraken met verdachte besproken en zijn deze ook per e-mail aan haar verzonden.
Deze veiligheidsafspraken/voorwaarden hielden in:
- Moeder blokkeert [medeverdachte] (toenmalige partner en medeverdachte) op haar telefoon en neemt geen contact met hem op;- Moeder gaat niet terug met de kinderen naar de woning waar [medeverdachte] verblijft, zolang hij er is;- Als moeder terug is in de woning en [medeverdachte] komt in de buurt, dan belt moeder meteen de politie.- Moeder gaat niet in gesprek met [medeverdachte] .-Veilig Thuis gaat de politie bellen voor een tijdelijk huisverbod (THV) en een contactverbod voor [medeverdachte] . Het is de woning van moeder, [medeverdachte] moet de woning verlaten.-Veilig Thuis belt met Kadera om het noodbed af te zeggen, maar wel ambulante begeleiding vanuit Kadera in te zetten en een alarmknop aan te vragen voor moeder;- Moeder belt het stadskantoor om de inschrijving van [medeverdachte] voor de woning tegen te gaan.
In deze veiligheidsafspraken is niet opgenomen dat verdachte niet naar het buitenland mocht met [minderjarige 1] . De rechtbank stelt vast dat verdachte zich niet aan de veiligheidsafspraken heeft gehouden. Zij heeft immers, zo heeft verdachte ter terechtzitting op 23 juli 2024 verklaard, op 24 februari 2023 weer telefonisch contact met [medeverdachte] gehad en hem een uur nadat zij in de woning was weer in de woning gelaten. Ook is zij enkele dagen later met hem en haar twee kinderen naar het buitenland vertrokken.
De strekking van artikel 279 vanPro het Wetboek van Strafrecht (Sr) is, om degenen die wettelijk gezag (of bevoegd toezicht) uitoefenen over een minderjarige, in staat te stellen hun taak te vervullen. Het is de bedoeling dat op die manier de minderjarige wordt beschermd.
Gelet op de hiervoor genoemde klaarblijkelijke bedoeling van tenlastelegger is dan ook de vraag of het vertrekken naar het buitenland met [minderjarige 1] als onttrekken aan het opzicht van JBOv moet worden begrepen. Niet alleen is dit geen onderdeel van de gemaakte afspraken/voorwaarden, evenmin is anderszins vaststaand dat een ouder met een kind waarvoor een ondertoezichtstelling geldt niet naar het buitenland mag gaan. Evenmin valt uit het dossier op te maken dat het vertrek naar het buitenland een definitief karakter zou hebben.
Verder is naar het oordeel van de rechtbank in de gedragingen van verdachte, te weten het niet nakomen van afspraken omtrent het contact met [medeverdachte] en het onbereikbaar zijn dan wel niet reageren op berichtjes van JBOv, geen strafbaar handelen in de zin van onttrekken aan het opzicht van JBOv te begrijpen.
Gelet hierop acht de rechtbank het ten laste gelegde onttrekken aan het opzicht van JBOv van [minderjarige 1] in de periode van 27 februari 2023 tot 6 maart 2023 niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte daarvan dan ook vrijspreken.
Periode 6 maart tot en met 9 maart 2023- onttrekken aan het opzicht van JBOv van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Verdachte heeft het gezag over [minderjarige 2] . Op 6 maart 2023 verbleef verdachte in Italië.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan de rechtbank niet vaststellen op welk moment verdachte kennis heeft genomen van de beslissingen van de kinderrechter van 6 maart 2023, onder andere de machtigingen tot uithuisplaatsing. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzet had op het onttrekken van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan het opzicht van JBOv in de periode van 6 maart 2023 tot en met 9 maart 2023.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde.
4.De beslissing
De rechtbank:
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden, 6 augustus 2024.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. ter Riet, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.I.W. van Aken, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2024.
Mr. Ter Riet is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.