Eiser en gedaagde sloten op 11 augustus 2023 een operational leaseovereenkomst waarbij gedaagde diverse objecten leaste tegen een kwartaalbedrag van € 734,40 exclusief btw. Gedaagde betaalde de administratiekosten en huurtermijnen niet, ondanks aanmaningen van eiser. Eiser ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk per 17 november 2023 en sommeerde betaling van achterstallige en toekomstige leasetermijnen, terugzending van de leaseobjecten en betaling van een contractuele boete.
Gedaagde erkende de betalingsachterstand maar wilde de overeenkomst niet ontbonden zien, stellende dat haar bedrijf nog niet was geopend en zij de objecten te vroeg ontving. De rechtbank oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was op grond van de Algemene Voorwaarden, waarin expliciet staat dat bij niet tijdige betaling ontbinding mogelijk is en dat gedaagde de leaseobjecten binnen vijf werkdagen moet teruggeven.
Omdat gedaagde niet aan haar verplichtingen voldeed, werd zij veroordeeld tot betaling van € 17.383,48 aan achterstallige en toekomstige leasetermijnen, € 1.512,08 aan wettelijke rente, € 1.468,80 aan contractuele boete en € 648,83 aan buitengerechtelijke incassokosten. Tevens moet zij de leaseobjecten binnen zeven dagen in goede staat teruggeven, onder dreiging van een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 5.000. De proceskosten van € 2.745,22 worden eveneens aan gedaagde opgelegd.