Eiser heeft op basis van een mondelinge overeenkomst grondverzetwerkzaamheden uitgevoerd op het woonadres van gedaagde. Gedaagde voerde aan dat hij niet namens zichzelf, maar namens zijn Duitse vennootschap handelde, waardoor hij niet persoonlijk aansprakelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat gedaagde onvoldoende heeft gesteld en bewezen dat hij als vertegenwoordiger van de vennootschap handelde. De zichtbare omstandigheden en het feit dat de werkzaamheden op zijn privé-adres werden uitgevoerd, wezen erop dat gedaagde persoonlijk contractspartij was.
De facturen en correspondentie gericht aan de vennootschap konden niet afdoen aan deze conclusie, omdat zij dateren van na het sluiten van de overeenkomst en slechts de uitvoering betroffen. Gedaagde's beroep op verrekening van een bedrag voor geleverde goederen aan een andere onderneming werd afgewezen, omdat niet was aangetoond dat dezelfde partijen betrokken waren bij beide transacties.
De rechtbank kende eiser betaling toe van het factuurbedrag van € 15.541,40 plus buitengerechtelijke incassokosten van € 930,41, in totaal € 16.471,81, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vervaldatum. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.