ECLI:NL:RBOVE:2024:4360

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 augustus 2024
Publicatiedatum
14 augustus 2024
Zaaknummer
ak_24_2631
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:42 AwbArt. 6 AVGArt. 4 AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb in bestuursrechtelijke procedure geluidwerende voorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen besloot op 1 juni 2023 geen geluidwerende voorzieningen aan te brengen bij de woning van eiseres. Na een ongegrond verklaard bezwaar startte eiseres beroep bij de rechtbank. Bij toezending van de processtukken verzocht het college om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om bepaalde persoonsgegevens en andere gegevens te laten afschermen.

De geheimhoudingskamer van de rechtbank Overijssel beoordeelde dit verzoek. Het college onderbouwde het verzoek met verwijzing naar de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waarbij persoonsgegevens en andere herleidbare gegevens waren weggelakt. De kamer overwoog dat het toesturen van stukken aan de bestuursrechter op grond van artikel 8:42 Awb Pro een wettelijke verplichting is en dat dit niet in strijd is met de AVG.

De geheimhoudingskamer stelde dat alleen gewichtige redenen, zoals bedoeld in artikel 8:29 Awb Pro, tot geheimhouding kunnen leiden. Het voorkomen dat persoonsgegevens bij eiseres bekend worden, werd onvoldoende geacht als gewichtige reden. Ook werd vastgesteld dat de betrokken personen ambtenaren zijn die slechts beroepsmatig bij de zaak betrokken zijn en dat geen onevenredig nadeel is gebleken.

Daarom wees de geheimhoudingskamer het verzoek af en bepaalde dat de stukken zonder beperking aan eiseres ter beschikking blijven. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om toepassing van artikel 8:29 Awb voor geheimhouding van stukken wordt afgewezen wegens ontbreken van gewichtige redenen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: AWB 24/2631
Beslissing geheimhoudingskamer ingevolge artikel 8:29, derde lid, Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om geheimhouding in het geschil tussen:
[eiseres],
te [woonplaats],
eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen,
verweerder.

1.Procesverloop

1.1.
Bij besluit van 1 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen (hierna: het college) besloten dat niet wordt overgegaan tot het laten aanbrengen van geluidwerende voorzieningen bij de woning van eiseres. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
1.2.
Bij besluit van 4 april 2024 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
1.3.
Bij de toezending van de op het geding betrekking hebbende stukken, op 20 juni 2024, heeft verweerder een de rechtbank verzocht om artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toe te passen.
1.4.
De rechtbank heeft de beoordeling van het verzoek om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb opgedragen aan een andere kamer (hierna: de geheimhoudingskamer) dan de kamer die het door eiseres ingestelde beroep zal beoordelen.
1.5.
Bij brief van 5 juli 2024 heeft de rechtbank het college een brief gestuurd waarin, voor zover hier van belang, het volgende is vermeld:
“Bij brief van 20 juni 2024 heeft u de op deze zaak betreffende stukken aan de rechtbank doen toekomen. U heeft deze stukken enerzijds met weglakkingen aan de rechtbank doen toekomen en anderzijds heeft u de rechtbank in een gesloten envelop een set stukken zonder weglakkingen doen toekomen. U heeft in uw brief van 20 juni 2024 aangegeven dat u zich ten aanzien van de weglakkingen beroept op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Ik heb geconstateerd dat uw verzoek om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb niet voorzien is van een onderbouwing. Ik wijs u erop dat de rechtbanknietzelfstandig op zoek gaat naar een mogelijke onderbouwing voor de weggelakte namen en andere (delen van) stukken. U dient zelfper weggelakte/zwart gemaakte passageaan te geven waarom u meent dat sprake is van gewichtige redenen voor geheimhouding dan wel voor beperkte kennisneming van deze passage door de rechter alleen.
Ik stel u bij deze in de gelegenheid om uw verzoek om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awbbinnen vier wekenna dagtekening van deze brief van een schriftelijke onderbouwing als hiervoor bedoeld te voorzien.”
1.6.
Bij brief van 24 juli 2024 heeft het college een nadere toelichting op het verzoek om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb aan de rechtbank doen toekomen. Tevens is in deze brief aangegeven dat het college zich ten aanzien van bijlage 2 van het Saneringsprogramma Tubbergen niet langer beroept op gewichtige redenen voor toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb.

2.Overwegingen

2.1.
Artikel 8:29, eerste lid, van de Awb luidt als volgt:
"1. Partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de bestuursrechter mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.”
2.2.
De bestuursrechter beslist of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
2.3.
Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.
2.4.
De geheimhoudingskamer stelt vast dat het college in zijn brief van 24 juli 2024 voor wat betreft de onderbouwing van het verzoek om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb heeft verwezen naar de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) van de Europese Unie. Voor wat betreft de weggelakte namen en andere delen van stukken is aangegeven naar personen herleidbare gegevens, locaties en handtekeningen zijn weggehaald.
2.5.
De geheimhoudingskamer overweegt dat artikel 6, eerste lid, van de AVG (Vo. 2016/679), bepaalt dat een verwerking van persoonsgegevens alleen rechtmatig is indien en voor zover aan ten minste een van de daarna vermelde voorwaarden is voldaan. Op grond van het bepaalde in artikel 4, aanhef en onder 2, van de AVG geldt het verstrekken van persoonsgegevens door middel van doorzending als een verwerking. Uit het bepaalde in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c volgt dat een verwerking rechtmatig is indien de verwerking noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust. In dit geval is op grond van artikel 8:42 van Pro de Awb sprake van een wettelijke verplichting om de op zaak betrekking hebbende stukken aan de bestuursrechter te doen toekomen. De door het college weggelakte gegevens behoren tot de op zaak betrekking hebbende stukken. Het aan de rechtbank toesturen van de op de zaak betrekking hebbende stukken is dan ook als zodanig niet in strijd met de AVG, ook al zijn daarin naar personen herleidbare gegevens verwerkt. Het toesturen van dergelijke stukken aan de rechtbank is daarom in beginsel rechtmatig. Slechts indien sprake is van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb, mag het overleggen van stukken worden geweigerd dan wel mag aan de bestuursrechter worden medegedeeld dat alleen hij kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het is aan het bestuursorgaan om zo concreet mogelijk te onderbouwen waarom een dergelijke situatie zich voordoet.
2.6.
De geheimhoudingskamer is van oordeel dat het voorkomen dat naar personen herleidbare gegevens bekend worden bij eiseres onvoldoende grond vormt om te oordelen dat sprake is van gewichtige redenen voor toepassing van het bepaalde in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb. In dit verband is van belang dat de in de stukken genoemde personen ambtenaren van de gemeente Tubbergen dan wel anderen zijn die enkel beroepsmatig betrokken zijn bij deze zaak. Gesteld noch gebleken is dat het bekend worden van tot de genoemde personen te herleiden gegevens voor hen tot onevenredig nadeel zal leiden. Evenmin is gebleken dat sprake is van andere gewichtige redenen voor toepassing van het bepaalde in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb.
2.7.
De geheimhoudingskamer acht de beperkte kennisneming van de weggelakte gegevens dan ook niet gerechtvaardigd.

3.Beslissing

De geheimhoudingskamer van de rechtbank bepaalt dat het verzoek om toepassing te geven aan artikel 8:29 van Pro de Awb ten aanzien van de verklaring wordt afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij als griffier op .
Afschrift verzonden op
Rechtsmiddel
Een rechtsmiddel tegen deze beslissing is niet mogelijk.