Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van Enschede, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
10. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst geplaatst voor de vraag of hij bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek.
10.1 Verweerder stelt zich op het standpunt dat het schrijven van 23 juli 2024 geen besluit bevat als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat daarin enkel een mededeling wordt gedaan dat het eerdere woningaanbod wordt ingetrokken en dit geen publiekrechtelijke rechtshandeling behelst. Om die reden is in de brief ook geen bezwaarclausule opgenomen. Ter zitting is namens verweerder voorts betoogd dat er geen sprake is van een met een besluit gelijk te stellen feitelijke handeling ten aanzien van een vreemdeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
10.2 Verzoeker bestrijdt dit en stelt zich op het standpunt dat de intrekking door de gemeente van het aanbod voor de woning aan de [adres 1] weldegelijk rechtsgevolgen heeft, al was het maar dat hij daardoor dakloos wordt. Als dat anders zou zijn dan is er in ieder geval sprake van feitelijk handelen ten aanzien van een verzoeker als vreemdeling als bedoeld in artikel 72, derde lid van de Vw 2000, waartegen ook bezwaar en beroep open staat en om een voorlopige voorziening kan worden verzocht.