Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
2.Samenvatting van de beslissing
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
NJ1997, 592; HR 7 april 2000,
NJ2001, 32 en HR 13 april 2001,
NJ2002, 391).
Rechtbank Overijssel
Eiser, eigenaar van een montagebedrijf, sloot via gedaagde, een assurantietussenpersoon, een verzekering af voor onder meer een wiellader. De wiellader werd in 2021 gestolen vanaf een afgesloten buitenterrein. De verzekeraar weigerde uit te keren omdat de polis dekking gaf alleen bij diefstal uit een afgesloten pand of container met braaksporen.
Eiser stelde gedaagde aansprakelijk wegens onjuist advies: volgens hem had gedaagde bevestigd dat opslag op een afgesloten terrein voldoende was voor dekking. Getuigenverklaringen van eiser, zijn echtgenote en een derde bevestigden dat gedaagde dit had toegezegd. De rechtbank oordeelde dat gedaagde haar zorgplicht had geschonden door onjuist advies te geven en niet te verifiëren bij de verzekeraar.
De rechtbank stelde vast dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij de wiellader binnen had gestald indien hij correct was geïnformeerd, waardoor het causaal verband tussen tekortkoming en schade was gegeven. De schade werd vastgesteld op €29.750,00 na aftrek van eigen risico. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens ontbreken in het petitum. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk en moet €29.750,00 schadevergoeding betalen wegens onjuist advies over verzekeringsdekking.