ECLI:NL:RBOVE:2024:4411
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering van verbeurde dwangsommen wegens strijdig gebruik woning
Eisers, gezamenlijk eigenaar van een verhuurd pand te Almelo, kregen op 15 maart 2022 een last onder dwangsom (LOD) opgelegd wegens strijdig gebruik van het pand, namelijk bewoning door meerdere personen die geen gezamenlijke huishouding voeren. Na een controle op 2 mei 2022 constateerde de toezichthouder dat drie personen in het pand woonden zonder gezamenlijke huishouding, waarvan twee niet in de basisregistratie personen (brp) stonden ingeschreven. Hierdoor verbeurden eisers twee dwangsommen van elk € 2.000,-.
Eisers maakten bezwaar tegen de invordering van deze dwangsommen en voerden aan dat er geen sprake was van overtreding omdat de bewoners een gezamenlijke huishouding vormden en zij niet als overtreder konden worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de LOD’s onherroepelijk zijn en dat het controlerapport voldoende bewijs levert voor de overtreding. De stelling van eisers dat sprake was van één huishouden werd niet aanvaard, mede vanwege het ontbreken van inschrijving in de brp en de aard van de relatie tussen bewoners.
Verder stelde de rechtbank vast dat eisers als eigenaren verantwoordelijk zijn voor het naleven van de LOD’s en dat zij onvoldoende zorg hebben betracht om herhaling van de overtreding te voorkomen. Ook het argument van onrechtmatige cumulatie van dwangsommen werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de invordering van de dwangsommen.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van twee verbeurde dwangsommen van elk € 2.000,- wordt ongegrond verklaard.