Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair),dan wel hen heeft opgelicht
(subsidiair),dan wel als administratief medewerker opzettelijk geldbedragen van hen heeft verduisterd
(meer subsidiair);
(primair),dan wel hen heeft opgelicht
(subsidiair),dan wel als administratief medewerker opzettelijk cadeaubonnen van hen heeft verduisterd
(meer subsidiair);
primair), dan wel als administratief medewerker deze goederen heeft verduisterd
(subsidiair);
3.De bewijsmotivering
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 augustus 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2023 van verbalisant [verbalisant] met als bijlage de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 1 juni 2023;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] opgenomen op 3 mei 2022 en gesloten op 20 mei 2022;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 augustus 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde persoon opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0600-2024049655-3 van 5 februari 2024;
- het in de wettelijke door een daartoe bevoegde persoon opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 5 februari 2024.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf en/of maatregel
(feit1). Bovendien heeft verdachte een contant geldbedrag van een bevriende collega gestolen (
feit 2). Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.
7.De schade van de benadeelden
- de benadeelde partijen [aangever 3] en [aangever 2] moeten niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.
- het door [stichting] gevorderde tot een bedrag van € 61.728,25, met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2023;
- het door [bedrijf 2] B.V. gevorderde tot een bedrag van € 42.589,85,
- het door [bedrijf 1] B.V. gevorderde tot een bedrag van € 124.628,99, met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2023.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 850,00, (zegge: achthonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
- met de wettelijke rente over een bedrag van € 39.225,15 vanaf 3 mei 2022;
- met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.364,70 vanaf 26 mei 2023;