De rechtbank Overijssel heeft op 20 augustus 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarbij veroordeelde werd veroordeeld voor het opzettelijk beroeps- of bedrijfsmatig telen van een grote hoeveelheid hennepplanten (778 stuks) in een hennepkwekerij te [plaats].
Naast de strafoplegging heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e Sr. De rechtbank heeft op basis van wettige bewijsmiddelen, waaronder een rapport van 25 augustus 2023, vastgesteld dat veroordeelde met de hennepkwekerij een wederrechtelijk voordeel van €93.044,39 heeft genoten. Dit bedrag is gebaseerd op een volledige kweekperiode van negen weken, inclusief een eerdere oogst, aangetoond door een piek in het stroomverbruik van het bedrijfspand.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk gewijzigd en veroordeelde tot betaling van het volledige bedrag van €93.044,39 aan de Staat. De rechtbank achtte het aannemelijk dat veroordeelde als pleger betrokken was bij de kwekerij en zag geen reden tot matiging van het bedrag. De betalingsverplichting is opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, conform artikel 36e Sr.
De uitspraak is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken te Zwolle en is in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2024.