Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
1.Inleiding en samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Overijssel
Inbev Nederland N.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een bedrijfsruimte vanwege niet-betaling van huur door gedaagde partijen. Daarnaast vordert Inbev betaling van achterstallige huur, een contractuele boete, gebruiksvergoeding en schadevergoeding wegens vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst.
Gedaagden erkennen de huurachterstand, maar betwisten de hoogte van de huur en stellen dat zij in onderhandeling waren met Inbev over een oplossing. Ook voeren zij aan dat Inbev ten onrechte emballagekosten heeft verrekend met de huurachterstand. De kantonrechter oordeelt dat deze verweren niet afdoen aan de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Inbev grotendeels toe. De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van de achterstallige huur van € 61.618,88, de lopende huur vanaf maart 2024, een gebruiksvergoeding, een schadevergoeding voor de eerste drie maanden na ontbinding, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vordering tot schadevergoeding na drie maanden wordt verwezen naar een schadestaatprocedure.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken, waarbij iedere veroordeelde het volledige bedrag kan worden gevorderd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagden worden veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding, schadevergoeding, incassokosten en ontruiming.