Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het wrakingsverzoek
4.Het standpunt van de rechter
5.De beoordeling
Tijdigheid wrakingsverzoek
6.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.W.G. Wijnands, kantonrechter, naar aanleiding van een mondelinge behandeling op 18 juli 2024 in een arbeidsgeschil over de voortzetting van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in strijd met de CAO VO.
Zij stelde dat de kantonrechter partijdig was omdat hij haar tijdens de zitting kritisch bejegende en niet ingreep toen zij door een vertegenwoordiger van de tegenpartij werd beschuldigd van het verkondigen van leugens. De kantonrechter ontkende partijdigheid en lichtte toe dat zijn vragen bedoeld waren om feiten te verifiëren en dat hij minder vragen stelde aan de tegenpartij vanwege een uitgebreid verweerschrift.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend nadat verzoekster het proces-verbaal had ontvangen en dat de rechterlijke vrijheid om kritische vragen te stellen niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Ook het nalaten van ingrijpen bij de uitlatingen van de tegenpartij was onvoldoende voor een schijn van vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. De beslissing is onherroepelijk en uitgesproken door drie rechters van de wrakingskamer op 22 augustus 2024.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. G.W.G. Wijnands is ongegrond verklaard wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.