Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om haar aanvraag voor een ZW-uitkering met ingang van 22 november 2023 af te wijzen. Zij stelt dat zij sinds maart 2024 geen inkomen meer heeft en volledig afhankelijk is van haar vriend, waardoor sprake zou zijn van een spoedeisend belang. Tevens verwijst zij naar een psychologisch verslag van Dimence dat haar beperkingen bevestigt.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij financiële geschillen niet snel sprake is van spoedeisend belang, aangezien achteraf betaling mogelijk is. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een acute financiële noodsituatie is, mede omdat haar huisvesting en levensonderhoud zijn verzekerd door het inkomen van haar vriend. Het samenwonen met haar vriend, dat haar zelfstandigheid beperkt, wordt als situatie zonder spoedeisend belang beoordeeld.
Daarnaast is niet gebleken dat het UWV-besluit evident onrechtmatig is, hetgeen vereist zou zijn om toch een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.