Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.De feiten
Onroerende zaken:
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een civiel geschil tussen twee kinderen van overleden ouders over de legitieme portie en de levering van een perceel grond. De ouders droegen het melkveebedrijf over aan één kind, waarbij een deel van de overnamesom werd kwijtgescholden, wat door de eiser als schenking wordt aangemerkt die haar legitieme portie schaadt.
De rechtbank analyseert de waarde van het bedrijf, de toepassing van de voortzettingsjurisprudentie en de vraag of de kwijtschelding als schenking moet worden betrokken bij de legitieme portie. Tevens speelt de vraag of het perceel grond in 2012 aan de eiser is geschonken en wanneer levering daarvan moet plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat de kwijtschelding een schenking is en dat de eiser recht heeft op haar legitieme portie over dat deel. De afstand van de legitieme portie door de eiser is niet onvoorwaardelijk. De levering van het perceel is onderwerp van bewijslevering. De rechtbank stelt eiser in de gelegenheid bewijs te leveren en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Eiser wordt in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren over schenking perceel; verdere beslissing aangehouden.