ECLI:NL:RBOVE:2024:4652
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering
Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle heeft verzoekers een maatregel opgelegd waarbij hun bijstandsuitkering met 33,3% wordt verlaagd gedurende drie maanden. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 augustus 2024 en stelde vast dat verzoekers recent bedragen hadden ontvangen uit de Kindregeling en het schadefonds, waarmee de terugval in inkomsten kon worden gedekt. Hoewel verzoekers stelden dat zij door de korting in financiële problemen zouden komen, was er geen sprake van een acute noodsituatie zoals huisuitzetting of broodnood.
De rechter concludeerde dat de gevolgen van de maatregel beperkt zijn door de korte duur en de ontvangen bedragen. De verhoogde lasten door energiekosten en huurtoeslagterugvordering waren onvoldoende onderbouwd om een spoedeisend belang aan te nemen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.