Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 26 maart 2024 tevens inhoudende een eis in reconventie;
2.Samenvatting
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
135,00
Rechtbank Overijssel
Tussen Beter Wonen en huurder bestond een huurovereenkomst voor een woning en garage. Na ontbinding van de huurovereenkomst leverde huurder het gehuurde in, maar verhuurder stelde dat dit in slechtere staat was dan bij aanvang. Een filmpje van de staat bij aanvang diende als beschrijving. De kantonrechter oordeelde dat huurder onvoldoende bewijs leverde dat het gehuurde slechter was ontvangen en dat verhuurder voldoende aantoonde dat het gehuurde slechter was achtergelaten.
Verhuurder vorderde een bedrag van €3.636,83 vermeerderd met rente en proceskosten. De kantonrechter matigde de hoofdsom tot €2.627,15 wegens erkende kosten voor behangverwijdering en wees de incassokosten en wettelijke rente toe. Huurder vorderde in reconventie terugbetaling van vermeend te veel betaalde ontruimings- en beslagkosten, maar dit werd afgewezen omdat verhuurder dit voldoende onderbouwde.
De kantonrechter veroordeelde huurder tot betaling van €3.096,29 plus rente en proceskosten van €1.481,72. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad. Huurder werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn reconventionele vordering.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €3.096,29 plus rente en proceskosten, vordering huurder afgewezen.