STJA vordert in kort geding de ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning omdat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd op 5 september 2024 is geëindigd. STJA stelt dat [gedaagde] niet in aanmerking komt voor verlenging vanwege zijn gedrag, waaronder het laten verblijven van anderen in de woning en overlast voor omwonenden. [gedaagde] betwist dat er sprake is van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd en ontkent de gedragingen.
De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar is gesloten, die van rechtswege eindigt op 5 september 2024. Hoewel [gedaagde] betwist de huurovereenkomst te hebben getekend, is aannemelijk gemaakt dat hij dit wel heeft gedaan en dat hij de sleutel heeft ontvangen op basis van deze overeenkomst.
Verder is vastgesteld dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen, onder meer doordat hij zonder toestemming anderen in de woning heeft laten verblijven en er sprake was van overlast. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen, met een ontruimingstermijn van twee weken om [gedaagde] de gelegenheid te geven andere woonruimte te vinden. Ook wordt een gebruiksvergoeding toegewezen vanaf het einde van de huurovereenkomst tot oplevering van de woning. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.