Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(feit 1)en een vernieling
(feit 2).
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 april 2024 te Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] BV, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 september 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [bedrijf] BV, pagina 10 en 11.
hij op 12 april 2024 te Zwolle, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, toebehorend aan [bedrijf] BV, heeft vernield.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
: voorbereiding van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar/zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
: voorbereiding van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar/zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
gevangenisstrafvoor de duur
14 (veertien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte: