Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
kunnen leiden:
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 september 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], pagina 20 en 21;
- het proces-verbaal van bevindingen, categorisering Glock 45, pagina 111 tot en met 115;
- het proces-verbaal van bevindingen, beschrijving Glock 19, pagina 116 tot en met 120;
- het proces-verbaal van bevindingen, categorisering Glock 19X, pagina 121 tot en met 124;
- het proces-verbaal van bevindingen, categorisering Walter P99, pagina 125 tot en met 129;
- het proces-verbaal van bevindingen, zwart ongemerkt pistool , pagina 130 tot en met 133;
- het proces-verbaal van bevindingen, categorisering stroomstootwapen, pagina 134 tot en met 136.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 september 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever], pagina 5 tot en met 7;
- Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 8 en 9.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
afpersing
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
diefstal
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
afpersing
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
diefstal
gevangenisstrafvoor de duur van
360 (driehonderdzestig) dagen;
357 (driehonderdzevenenvijftig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
wijstde vordering van de benadeelde partij
toetot betaling van een bedrag van € 100,00;
€ 100,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2024);
wijstde vordering voor het overige
af;
wijstde vordering van de benadeelde partij tot betaling van een bedrag van € 2.750,00
toe;
€ 2.750,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2024);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 2.750,00, (zegge: tweeduizendzevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
nuldagen kan worden toegepast;
verklaart verbeurdde in beslag genomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 en 2:
onttrokken aan het verkeerde in beslag genomen voorwerpen, te weten:
hefthet (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis
opmet ingang van heden.