Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van de benadeelde partij
€ 42.786,81, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
8.De beslissing
verkrachting;
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren;
[slachtoffer]toe tot een bedrag van € 17.786,81 (bestaande uit € 2.786,81 materiële schade en € 15.000,- immateriële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 17.786,81, (zegge: zeventienduizendzevenhonderdenzessentachtig euro en eenentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 15.000,- vanaf 2 december 2023 en met de wettelijke rente over € 1.106,81 vanaf 1 oktober 2024, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 123 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;