Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413)). Dat kan anders zijn indien geen andere verklaring voor de beslissing te geven is dan dat die beslissing door vooringenomenheid is ingegeven en een dergelijke beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Dat daarvan in deze zaak sprake zou zijn, is niet onderbouwd door verzoekster en hiervan is naar het oordeel van de wrakingskamer ook op geen enkele manier gebleken.
3.De beslissing
30 september 2024.