Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster],
Het procesverloop
De beoordeling
- [bedrijf 1] B.V. ad € 50.383,70;
- [bedrijf 2] namens ‘[naam 1]’ ad € 19.698,09;
- [naam 2] namens ‘[naam 3]’ ad € 16.611,53;
- [naam 4] ad € 3.812,--.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van €91.490,32. Zij is eigenaar van de helft van een woning met een WOZ-waarde van €402.000 en een hypotheekschuld van €178.135,82, waardoor zij beschikt over een overwaarde van circa €112.000.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een problematische schuldensituatie omdat verzoekster met de overwaarde haar schulden kan aflossen. Het verweer dat de woning volledig van haar partner zou zijn, wordt juridisch verworpen vanwege het huwelijk in gemeenschap van goederen.
Verzoekster weigert de woning te verkopen vanwege de wensen van haar partner, waardoor zij niet te goeder trouw handelt. De rechtbank wijst het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub a en Pro b Faillissementswet en benadrukt dat verzoekster zich adequaat moet laten informeren en handelen om haar schulden te voldoen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoekster haar schulden kan aflossen met de overwaarde van haar woning.