Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
aannemelijkwordt gemaakt dat een voordeel, in de onderhavige zaak in de vorm van een besparing, wederrechtelijk is behaald. In de in de strafdossiers van de NVWA opgenomen respectievelijke jaarlijkse nota’s leaseprijzen fosfaatrechten is, naar het oordeel van de rechtbank, telkens uitvoerig toegelicht waarom het reëel is om uit te gaan van de gemiddelde leaseprijs per jaar. De rechtbank acht daarom aannemelijk dat het wederrechtelijk verkregen voordeel in deze zaak is te baseren op de leaseprijs zoals deze gemiddeld per jaar was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten.
€ 1.669.428,88.
€ 1.669.428,88.
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van
- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op