De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente om een omgevingsvergunning te verlenen voor de uitbreiding van een vleesvarkensstal. De derde-partij wilde het aantal vleesvarkens verhogen en een stal vergroten op een perceel in het buitengebied.
Eiser woonde op ruim 200 meter afstand en vreesde geurhinder en andere milieuproblemen. De rechtbank beoordeelde onder meer de toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en oordeelde dat de woning van eiser niet vóór 19 maart 2000 was opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, mede omdat de milieuvergunning pas na die datum was ingetrokken. Hierdoor gold de afstandsnorm van minimaal 50 meter, die ruimschoots werd overschreden.
Verder verwierp de rechtbank de overige beroepsgronden van eiser, zoals het niet toepassen van Best Beschikbare Technieken, het niet aanhaken bij de Wet natuurbescherming, brandveiligheid en het ontbreken van een milieueffectrapportage. De rechtbank vond dat het college voldoende onderbouwing had gegeven en dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand bleef. Eiser kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.