ECLI:NL:RBOVE:2024:5149

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 januari 2024
Publicatiedatum
7 oktober 2024
Zaaknummer
10581572 \ CV EXPL 23-2354
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 6:230v lid 6 BWArt. 6:203 BWArt. 6:212 BWArt. 7:7 lid 2 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering energiecontract na faillissement vorige leverancier wegens ontbreken overeenkomst

In deze zaak vordert Innova Energie betaling voor geleverde energie aan een consument na het faillissement van de vorige energieleverancier. De kantonrechter stelt dat een energieovereenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding, waarbij schriftelijkheid vereist is. Innova kon echter niet aantonen hoe het aanbod was gedaan en geaccepteerd.

De kantonrechter oordeelt dat alleen een contractbevestiging en het treffen van een betalingsregeling onvoldoende bewijs vormen voor het bestaan van een overeenkomst. Tevens is vastgesteld dat er sprake is van ongevraagde levering, waarbij volgens artikel 7:7 lid 2 BW Pro geen betalingsverplichting ontstaat voor de consument.

Daarom wordt de primaire vordering afgewezen en ook de subsidiaire vordering wegens onverschuldigde betaling niet toegewezen. De proceskosten worden aan Innova opgelegd. Het vonnis is gewezen door kantonrechter R.F. van Aalst en op 2 januari 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering van Innova Energie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een geldige energieovereenkomst en ongevraagde levering.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 10581572 \ CV EXPL 23-2354
Vonnis van 2 januari 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap
INNOVA ENERGIE B.V.,
gevestigd te Delft,
eisende partij, hierna te noemen Innova,
gemachtigde: B.E.J. Caminada,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 september 2023
- de akte van Innova van 9 oktober 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding daarop terug te komen.
2.2.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat een overeenkomst voor het leveren van energie tot stand komt door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW Pro) en is gebonden aan het schriftelijkheidsvereiste (artikel 6:230v lid 6 BW). Innova is in de gelegenheid gesteld om nader te onderbouwen met stukken hoe het aanbod eruit zag en hoe [gedaagde] dit aanbod heeft geaccepteerd.
2.3.
Innova heeft bij akte gesteld dat zij het aanbod niet meer voor handen heeft en ook niet kan aantonen hoe [gedaagde] dit aanbod heeft geaccepteerd. Zij heeft gesteld dat uit de contractbevestiging wel blijkt dat [gedaagde] het aanbod heeft geaccepteerd en ook uit het feit dat [gedaagde] voor de achterstand een betalingsregeling heeft getroffen.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Innova haar stelling dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, onvoldoende onderbouwd. Het aanbod heeft zij niet kunnen overleggen en ook niet hoe [gedaagde] dit aanbod heeft geaccepteerd. Alleen de contractbevestiging is onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde] het aanbod van Innova heeft ontvangen en aanvaard. Ook uit het treffen van een betalingsregeling kan niet onomstotelijk worden afgeleid dat er een overeenkomst bestond. De kantonrechter is daarom van oordeel dat niet is komen vast te staan dat er een energieovereenkomst tot stand is gekomen tussen partijen. Dit betekent dat de rechtsgrond is komen te vervallen en de primaire vordering zal worden afgewezen.
2.5.
Innova heeft nog als (meer) subsidiaire rechtsgrond aangevoerd dat er sprake is van onverschuldigde betaling.
2.6.
De kantonrechter overweegt hierover het volgende.
Ingevolge het bepaalde in artikel 7:7 lid 2 BW Pro bestaat geen verplichting tot betaling voor een consument bij de ongevraagde levering van onder andere elektriciteit, waarbij geldt dat het uitblijven van een reactie van hem op de ongevraagde levering of verstrekking niet als aanvaarding wordt aangemerkt. In de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt dat de zinsnede “geen verplichting tot betaling ontstaat” elke vorm van vergoeding bestrijkt, in welke vorm dan ook, wanneer een consument te maken krijgt met een ongevraagde levering, dat evenmin op een andere rechtsgrond, zoals onverschuldigde betaling (6:203 BW) of ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW Pro) een betalingsverplichting kan ontstaan, voor zover deze is te herleiden tot de geleverde zaken of de verrichte diensten en dat dit betekent dat de verrichte diensten jegens de consument om niet zijn verricht. (Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 58).
2.7.
Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] op enig moment aan Innova uitdrukkelijk heeft medegedeeld dat zij energie wilde afnemen of dat zij een andere handeling heeft verricht waardoor Innova er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij het aanbod van de levering van energie heeft aanvaard. Daarom is er sprake van ongevraagde levering van energie in de zin van artikel 7:7 lid 2 BW Pro. Conclusie van het voorgaande is dat de subsidiaire vordering tot betaling van de geleverde energie niet toewijsbaar is en zal worden afgewezen.
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van Innova, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Innova tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2024. (SK)