Uitspraak
1.[partij A1] ,
[partij A2],
2.
[partij A3],
3.
[partij A4],
1.[partij B1] ,
2.
[partij B2],
Rechtbank Overijssel
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen de vennoten van een pizzeria en de verhuurders van het pand waarin de pizzeria is gevestigd. De vennoten vorderen een machtiging tot indeplaatsstelling van de huurovereenkomst ten gunste van de neef van een van de vennoten. De verhuurders verzetten zich hiertegen en vorderen ontbinding van de huurovereenkomst wegens wanbetaling en betaling van de huurachterstand.
De rechtbank stelt vast dat de huurder sinds februari 2024 geen huur meer heeft betaald en een huurachterstand van acht maanden heeft opgebouwd. Ondanks betwisting van de huurder dat de wanbetaling aan de verhuurder kan worden toegerekend, oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is gesteld dat de verhuurder heeft geweigerd een huurovereenkomst op naam van de vennoten te verstrekken. De pizzeria was gedwongen gesloten wegens het ontbreken van een exploitatievergunning, maar dit kan niet leiden tot het niet betalen van huur.
Gelet op de omvang van de huurachterstand is ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd met ingang van 1 januari 2025. De vordering tot indeplaatsstelling wordt afgewezen omdat de grondslag daarvoor wegvalt. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, een boete conform de huurovereenkomst, en een deel van de deurwaarderskosten. Tevens worden de proceskosten aan beide zijden toegewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens wanbetaling en de vordering tot indeplaatsstelling wordt afgewezen.