In deze civiele zaak bij de rechtbank Overijssel staat de verdeling van een nalatenschap centraal. Na een tussenvonnis waarin de voorlopige verdeling was vastgesteld, hebben partijen zich uitgelaten over de omvang en wijze van verdeling van de nalatenschap. De nalatenschap omvat een totaalbedrag van NZD 787.042,48, vermeerderd met een rentevordering van NZD 35,71 per dag vanaf 1 mei 2024 tot aan de dag van verdeling.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de rentevordering op [partij B2] ook verdeeld kan worden over de partijen, waarbij ieder een derde deel van de rentevergoeding toekomt. Tevens is beslist dat de schulden van [partij B2] op zijn erfdeel worden toegerekend, waarbij hij aan zowel [partij A] als [partij B1] een bedrag van NZD 117.337,96 moet betalen, plus de rentevergoeding.
Daarnaast is een eis in reconventie van [partij B1] tegen [partij B2] afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat deze te laat is ingesteld en de wederpartij verstek heeft gekregen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat een gedetailleerde verdeling van de nalatenschap en de financiële verplichtingen tussen partijen.