In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van gedaagde B.V. centraal wegens tekortkoming in de aannemingsovereenkomst voor het vervangen van trekstangen in de stal van eiser. De rechtbank stelde vast dat gedaagde toerekenbaar tekort was geschoten en veroordeelde haar tot vergoeding van de schade die eiser hierdoor lijdt, waarbij rekening werd gehouden met 50% eigen schuld van eiser.
De procedure omvatte deskundigenonderzoek naar de herbouwwaarde van de stal, inclusief casco en installaties, waarbij hergebruik van fundering en putten werd meegenomen. De deskundigen rapporteerden over de kosten van herbouw, correcties voor 'nieuw voor oud', en de economische waarde van installaties. Partijen hadden verschillende standpunten over de omvang van de schade, met name over de luchtwasser, betonvloeren, en de berekening van kosten.
De rechtbank verwierp de meeste bezwaren van gedaagde, waaronder het standpunt dat de installaties waardeloos zouden zijn en dat de luchtwasser niet tot de schade behoorde. De rechtbank achtte het redelijk om de schade te begroten op basis van herbouwwaarde minus correcties en hield rekening met de eigen schuld van eiser. Uiteindelijk werd gedaagde veroordeeld tot betaling van ruim €92.000,- plus rente, incassokosten en proceskosten, met een verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad.