Uitspraak
1.De procedure
- de brief van eiseres van 16 september 2024, tevens houdende vermindering van eis.
Rechtbank Overijssel
Eiseres vordert betaling van meerdere onbetaalde facturen van gedaagde. Na tussenvonnis waarbij bewijslevering werd gevraagd voor één factuur, vermindert eiseres haar eis vanwege gebrek aan bewijs en proceseconomische redenen. Hierdoor vervalt de noodzaak van een mondelinge behandeling.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van een hoofdsom van €580,50, bestaande uit meerdere facturen minus een creditfactuur. Daarnaast wordt wettelijke handelsrente verhoogd met 2% per jaar toegekend vanaf 3 januari 2024, conform de toepasselijke algemene voorwaarden.
Verder wijst de kantonrechter een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten toe, vastgesteld op het wettelijke maximum van €87,08, ondanks dat eiseres een hoger bedrag had gevorderd. Gedaagde wordt ook veroordeeld in de proceskosten van €579,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €580,50 plus wettelijke rente en €87,08 incassokosten, met veroordeling in proceskosten.