Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
- de heer [eiser], bijgestaan door mr. K.P.H. Selcraig,
- mevrouw [gedaagde 1] en de heer [gedaagde 2], bijgestaan door mr. A.G. Baan.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser vorderde dat gedaagden meewerken aan de totstandkoming van een LBV-overeenkomst met de Nederlandse Staat, een voorwaarde voor subsidieverstrekking op grond van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting. De subsidie was toegekend aan het bedrijf van eiser, maar de overeenkomst moest uiterlijk 2 november 2024 worden ondertekend.
De voorzieningenrechter benadrukte het uitgangspunt van contractsvrijheid en stelde dat een zwaarwegend belang vereist is om daarvan af te wijken. Gedaagde 2 heeft gemotiveerd een gerechtvaardigd belang om niet mee te werken, omdat hij de mogelijkheid wil behouden om in de toekomst pluimveehouder te worden, wat het beroepsverbod in de overeenkomst zou verhinderen.
Verder werd meegewogen dat eiser niet transparant was over de subsidieaanvraag en te laat de beschikking deelde met gedaagden, waardoor spoed ontstond. Ook is het mogelijk een nieuwe subsidieaanvraag in te dienen tot 20 december 2024, waardoor eiser niet direct benadeeld wordt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat van gedaagden niet kan worden verlangd dat zij nu meewerken aan de overeenkomst en wees de vordering af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.