Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
immers heeft hij, verdachte, de vloer van een of meerdere kamer(s) van de woning gelegen aan de [adres 1] overgoten met benzine, althans een soortgelijke (brandbare) vloeistof terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad met het voornemen om daarmee naar de woning van zijn schoonouders te rijden en het voertuig daar in brand te steken;
door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:
woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
3. De voorvragen
4.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
poging tot opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
voorbereiding van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart de dagvaarding nietig ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde, voor zover het gaat om de voorbereidingshandelingen die zijn gericht op moord en doodslag;
- verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;
poging tot opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen
poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl
voorbereiding van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor te duchten is;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegden
bedreiging met brandstichting;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
overheidswege zal worden verpleegd;
strekkende tot gedragsbeïnvloeding en
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 primair en 3 bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 9.623,91, (zegge: negenduizendzeshonderddrieëntwintig euro en eenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 83 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;