Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat verdachte al dan niet samen met anderen in het openbaar geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (
subsidiair).
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het plegen van openlijk geweld in vereniging tegen een slachtoffer op 8 augustus 2022 in Steenwijkerland. De officier van justitie stelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel heeft aanvaard door het geweld dat werd gepleegd.
Verdachte ontkende het gebruik van geweld en stelde juist te hebben geprobeerd het geweld te stoppen. Getuigenverklaringen en het dossier boden onvoldoende bewijs om vast te stellen dat verdachte daadwerkelijk geweld heeft gebruikt of deel heeft genomen aan de vechtpartij.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die zij alleen bij de burgerlijke rechter kan indienen.
De rechtbank bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen. Het vonnis werd uitgesproken op 7 november 2024 door de meervoudige kamer in Zwolle.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het ten laste gelegde geweld.