De man en de vrouw hebben twee minderjarige kinderen samen, waarvoor de vrouw alimentatie vordert van €373 per kind per maand. De man voert verweer en stelt dat hij vanwege zijn financiële situatie niet meer kan betalen dan de bestaande verhaalsbijdrage.
De rechtbank heeft het netto besteedbaar inkomen van de man vastgesteld op €4.463 per maand, maar constateert een zeer hoge schuldenlast van ruim €159.000, waaronder een belastingschuld en zakelijke schulden. Hoewel de man een salaris van €2.648,55 per maand uitkeert, is dit lager dan zijn netto inkomen en onvoldoende om alle lasten te dekken. De rechtbank oordeelt dat de man onverantwoorde keuzes maakt door zichzelf een salaris toe te kennen dat niet past bij zijn financiële verplichtingen.
De vrouw heeft een netto besteedbaar inkomen van €2.550 per maand en de gezamenlijke draagkracht van beide ouders wordt berekend op €410 per maand, terwijl de behoefte van de kinderen €1.249 per maand bedraagt. Gezien het tekort en de zorgkorting van 5% wordt de bijdrage van de man vastgesteld op een minimale €50 per maand. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.