Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
De huurachterstand
135,00
Rechtbank Overijssel
Huurster huurt een woning van verhuurder en heeft een huurachterstand opgebouwd van €5.724,40 tot en met oktober 2024. Verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen. Huurster erkent de achterstand en licht toe dat deze is ontstaan door persoonlijke omstandigheden, waaronder een scheiding en loonbeslag. Zij is bereid tot het maken van betalingsafspraken en betaalt inmiddels de lopende huur.
De rechtbank oordeelt dat de omvang van de huurachterstand rechtvaardigt dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. Hoewel er een minderjarige zoon in de woning verblijft, acht de rechtbank ontbinding gerechtvaardigd, waarbij de belangen van het kind meewegen en een ruime ontruimingstermijn van drie maanden wordt toegekend. Verhuurder heeft aangegeven niet te willen dat huurster direct uit de woning wordt gezet en staat open voor afspraken.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens een oneerlijk beding in de huurovereenkomst. De wettelijke rente wordt toegewezen. Huurster wordt veroordeeld tot betaling van een aangepaste hoofdsom van €5.130,75, vermeerderd met wettelijke rente en de huur over de periode tussen november 2024 en daadwerkelijke ontruiming. Tevens wordt zij veroordeeld in de proceskosten van verhuurder.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en huurster moet binnen drie maanden ontruimen, met betaling van de huurachterstand en wettelijke rente.