In september 2022 sloten partijen een aannemingsovereenkomst waarbij de gedaagde tegelwerkzaamheden verrichtte in de woning van eiser. De werkzaamheden betroffen het leggen van vloertegels en wandtegels op de beneden- en bovenverdieping.
Eiser stelde dat het werk ondeugdelijk was uitgevoerd, met name dat het gat voor het bedieningspaneel van het toilet te groot was gezaagd en dat drie tegels niet waren gelegd. Ondanks ingebrekestelling en sommatie heeft gedaagde deze gebreken niet hersteld, waardoor eiser schade leed.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. De stellingen van gedaagde dat eiser onjuiste maten had doorgegeven en het werk al was goedgekeurd werden verworpen. De schade van € 2.189,35, onderbouwd met facturen voor vervanging en plaatsing van tegels, werd toegewezen.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan eiser toegekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.