ECLI:NL:RBOVE:2024:5912
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot voortzetting levering nutsvoorzieningen en voorschotbetaling in huurovereenkomst
Partij A huurt sinds februari 2020 een appartement van partij B, die de huur heeft opgezegd wegens dringend eigen gebruik per 1 december 2024. Partijen zijn in geschil over de eindafrekening van servicekosten, met name de levering en betaling van nutsvoorzieningen zoals gas, water en elektriciteit.
Partij B dreigde de levering van gas via de hoofdaansluiting stop te zetten vanwege betalingsachterstanden en het beëindigen van de huur van een aangrenzende winkelruimte. Partij A vorderde in kort geding dat de levering ongestoord wordt voortgezet tot het einde van de huurovereenkomst en dat een voorschot op de nutsvoorzieningen wordt vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat het stopzetten van basisvoorzieningen niet is toegestaan en dat het dreigement van partij B niet onomwonden is ingetrokken, waardoor wantrouwen bij partij A is ontstaan. Daarom wordt partij B bevolen de levering voort te zetten en wordt een voorschot van €350 per maand vastgesteld. Daarnaast wordt partij B veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wordt het meer of anders gevorderde afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de verhuurder de levering van nutsvoorzieningen voort te zetten tot het einde van de huurovereenkomst en legt een voorschot van €350 per maand op aan de huurder.