Verzoeker, een 74-jarige man met een AOW- en pensioeninkomen, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en een moratorium om ontruiming van zijn woning te voorkomen. De huurachterstand bedraagt bijna €4.880, en het budgetbeheer toont een structureel tekort van ongeveer €162 per maand.
De verhuurders stelden dat verzoeker rookt in de woning, wat brandgevaar oplevert, en dat er sprake is van een onveilige en onhygiënische situatie door opeenstapeling van spullen die ook herstelwerkzaamheden belemmeren. Verzoeker heeft afspraken om de woning leefbaarder te maken niet nagekomen en heeft pas laat urgentie aangevraagd voor vervangende woonruimte.
De rechtbank overweegt dat het moratorium bedoeld is om een minnelijke regeling met schuldeisers mogelijk te maken, maar gezien het negatieve budget en de situatie in de woning, kan het belang van verhuurders en omwonenden niet worden genegeerd. De rechtbank concludeert dat voortzetting van het moratorium niet verantwoord is en draagt verzoeker op binnen veertien dagen schriftelijk te melden of hij het verzoek handhaaft of intrekt.