Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
kanalisatiestatus UDD”.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen zonder daartoe bevoegd te zijn. De tenlastelegging betrof het hechten van wonden bij twee duiven en het toepassen van het diergeneesmiddel Novadox bij vogels in de vogelopvang van Stichting [bedrijf 1].
Tijdens de zittingen op 24 oktober en 7 november 2024 heeft de verdediging aangevoerd dat het bewijs onvoldoende was en dat verdachte uitsluitend met goede intenties handelde zonder economisch voordeel. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was, maar dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte de wonden had gehecht of het diergeneesmiddel had toegediend in strijd met de kanalisatiestatus.
De rechtbank overwoog dat de enkele verklaring van een getuige en de vermelding van de naam van verdachte op patiëntenkaarten onvoldoende waren om wettig en overtuigend bewijs te leveren. Ook kon niet worden uitgesloten dat de medicatie conform het behandeladvies van een dierenarts was toegediend. Daarom vernietigde de rechtbank de eerdere strafbeschikking en sprak verdachte vrij van beide feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen.