Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe
[bedrijf] B.V. uit [vestigingsplaats] (gemachtigde: mr. C. van Deutekom)
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe aan een derde-partij heeft verleend voor de bouw van zes appartementen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze vergunning werd door het college gegrond verklaard, waarna de vergunning opnieuw werd verleend. Verzoeker stelde dat de vergunning te dicht bij zijn bedrijf is verleend en dat het akoestisch onderzoek gebreken vertoont.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat onmiddellijke schorsing van de vergunning rechtvaardigt. De bouw is voor ongeveer 70% voltooid, de woning is sinds juni 2024 bewoond en de resterende werkzaamheden zullen naar verwachting binnen drie maanden worden afgerond. Verzoeker heeft pas in een laat stadium om schorsing verzocht.
De mogelijke toekomstige overlast door bewoners van de appartementen wordt onvoldoende geacht om een acuut belang aan te nemen, temeer daar verzoeker zelf aangeeft aan de geluidsnormen te voldoen. De inhoudelijke bezwaren kunnen in de bodemprocedure aan de orde komen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.