Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge (openbare) behandeling van 14 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een kort geding waarin [eiseres] een straat- en contactverbod vordert tegen [eiser] naar aanleiding van een geweldsincident in Spanje op 17 juni 2023. [Eiser] werd in Spanje veroordeeld tot een gevangenisstraf en een contact- en straatverbod, maar dit vonnis is nog niet formeel ten uitvoer gelegd in Nederland.
De voorzieningenrechter overweegt dat een dergelijk verbod een zware inbreuk maakt op het recht op persoonlijke vrijheid en alleen kan worden toegewezen bij een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen. Hoewel vaststaat dat [eiser] ernstig onrechtmatig heeft gehandeld, is onvoldoende concreet bewijs geleverd dat er een actuele dreiging van herhaling bestaat.
De voorzieningenrechter acht de vorderingen van [eiseres] onvoldoende onderbouwd. [Eiser] heeft onder meer onweersproken gesteld dat hij contact met [eiseres] vermijdt en dat het contact via sociale media door derden is geïnitieerd. De angst van [eiseres] is begrijpelijk, maar onvoldoende om het ingrijpende straat- en contactverbod te rechtvaardigen.
De rechtbank wijst daarom de vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen tot straat- en contactverbod worden afgewezen wegens onvoldoende concrete dreiging van herhaling.