Huurders huren een woning van verhuurder tegen een maandelijkse huurprijs van €1.165,18. Ten tijde van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand €10.035,00, maar deze was bij de mondelinge behandeling teruggebracht tot €1.465,72. Verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens niet-nakoming van de betalingsverplichting.
De rechtbank overweegt dat hoewel een huurachterstand van negen maanden in beginsel ontbinding kan rechtvaardigen, de aanzienlijke inlossing van de achterstand en de vaste baan van een huurder met een vast salaris zwaarder wegen. Hierdoor is er geen vrees voor toekomstige betalingsachterstanden. Daarom wordt de vordering tot ontbinding en ontruiming afgewezen.
De rechtbank veroordeelt huurders tot betaling van de resterende huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ook worden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, gesplitst naar aandeel. De mogelijkheid tot het treffen van een betalingsregeling blijft open voor partijen na dit vonnis.