ECLI:NL:RBOVE:2024:6381
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid schuldenaar in verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken verklaring en niet verschijnen
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de schuldenaar tot toepassing van de schuldsaneringsregeling naar aanleiding van een faillissementsaanvraag door twee schuldeisers. De schuldenaar diende op 9 oktober 2024 een verzoek in, maar leverde niet de vereiste verklaring ex artikel 285 Faillissementswet Pro aan. De rechtbank gaf hem een termijn tot 11 november 2024 om deze verklaring aan te leveren en sommeerde hem te verschijnen op de zitting van 18 november 2024.
De schuldenaar verscheen niet op de zitting en leverde ook geen verklaring aan. Hij gaf later aan dat hij de zittingsdatum verkeerd had geïnterpreteerd en zich niet tot een bevoegde instantie had gewend voor de verklaring. De rechtbank concludeerde dat de schuldenaar niet had voldaan aan de gestelde voorwaarden en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn verzoek.
De rechtbank wees het verzoek af en stelde de schuldenaar in de gelegenheid om binnen acht dagen hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof, ondertekend door een advocaat. Hiermee werd het verzoek tot schuldsanering afgewezen vanwege procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de schuldenaar niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een vereiste verklaring en het niet verschijnen op de zitting.