Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2024:6381

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 november 2024
Publicatiedatum
29 november 2024
Zaaknummer
322303 FT RK 24.676
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FaillissementswetArt. 292 lid 3 FaillissementswetArt. 361 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid schuldenaar in verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken verklaring en niet verschijnen

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de schuldenaar tot toepassing van de schuldsaneringsregeling naar aanleiding van een faillissementsaanvraag door twee schuldeisers. De schuldenaar diende op 9 oktober 2024 een verzoek in, maar leverde niet de vereiste verklaring ex artikel 285 Faillissementswet Pro aan. De rechtbank gaf hem een termijn tot 11 november 2024 om deze verklaring aan te leveren en sommeerde hem te verschijnen op de zitting van 18 november 2024.

De schuldenaar verscheen niet op de zitting en leverde ook geen verklaring aan. Hij gaf later aan dat hij de zittingsdatum verkeerd had geïnterpreteerd en zich niet tot een bevoegde instantie had gewend voor de verklaring. De rechtbank concludeerde dat de schuldenaar niet had voldaan aan de gestelde voorwaarden en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn verzoek.

De rechtbank wees het verzoek af en stelde de schuldenaar in de gelegenheid om binnen acht dagen hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof, ondertekend door een advocaat. Hiermee werd het verzoek tot schuldsanering afgewezen vanwege procedurele tekortkomingen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de schuldenaar niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een vereiste verklaring en het niet verschijnen op de zitting.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: 322303 FT RK 24.676
Datum uitspraak: 25 november 2024
Vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verzoeker, verder te noemen: [verzoeker] .

Het procesverloop:

Bij rekest van 20 augustus 2024 is door WTP World Timber Products B.V. en Würth Nederland B.V. het faillissement van [verzoeker] aangevraagd.
[verzoeker] heeft op 9 oktober 2024 een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (defensief verzoek) ingediend.
Bij brief van 11 oktober 2024 heeft de rechtbank [verzoeker] opgeroepen te verschijnen ter zitting van 18 november 2024 voor de behandeling van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en heeft de rechtbank [verzoeker] een termijn van één maand (tot 11 november 2024) gegund om ontbrekende gegevens te verstrekken.
[verzoeker] is op 18 november 2024 niet ter zitting verschenen.

De beoordeling:

De feiten
In de oproepbrief van 11 oktober 2024 voor de zitting van 18 november 2024 is [verzoeker] er onder andere op gewezen dat aan zijn verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro ontbreekt en dat [verzoeker] een maand, dus tot 11 november 2024, in de gelegenheid wordt gesteld die verklaring aan te leveren. [verzoeker] is er in de oproepbrief ook op gewezen dat als hij die verklaring niet uiterlijk op 11 november 2024 aanlevert, hij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn verzoek.
[verzoeker] is er voorts op gewezen dat de termijn van één maand die hem wordt gegund om de ontbrekende gegevens te verstrekken, gelet op wettelijke bepalingen, niet kan worden verlengd en dat hij zich voor het opmaken van de verklaring dient te wenden tot een instantie die hiertoe bevoegd is. Aangezien er enige tijd gemoeid is met het opmaken van de verklaring, is [verzoeker] in de brief van 11 oktober 2024 aangeraden, onmiddellijk contact op te nemen met een bevoegde instantie.
De rechtbank heeft de verklaring ex artikel 285 Faillissementswet Pro niet ontvangen. De rechtbank heeft in het geheel geen gegevens van [verzoeker] ontvangen.
Op 19 november 2024 heeft [verzoeker] gebeld met de griffier van de rechtbank en heeft hij medegedeeld dat hij niet ter zitting is verschenen, omdat hij ervan uit is gegaan dat de zitting op woensdag zou plaatsvinden. [verzoeker] heeft op dinsdag 19 november 2024 in de oproepbrief gezien dat hij op 18 november 2024 ter zitting had moeten verschijnen. [verzoeker] heeft desgevraagd medegedeeld dat hij zich niet tot een bevoegde instantie heeft gewend voor het opmaken van een verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro.
De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank concludeert dat [verzoeker] de oproepbrief voor de zitting op maandag
18 november 2024 heeft ontvangen en dat hij desondanks niet ter zitting is verschenen. Ook heeft [verzoeker] niet voldaan aan hetgeen hem in diezelfde oproepbrief is opgedragen wat betreft het aanleveren van een verklaring ex artikel 285 Faillissementswet Pro.
De rechtbank is van oordeel dat nu [verzoeker] die verklaring niet heeft aangeleverd, [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De beslissing:

de rechtbank:
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Gewezen door mr. R.P. van Eerde, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2024 in tegenwoordigheid van de griffier [1] .