ECLI:NL:RBOVE:2024:6387
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens schending inlichtingenplicht en ongeschiktheid situatie
Na toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp) is gebleken dat de schuldenaar bestuurder en aandeelhouder is van meerdere B.V.'s, waaronder twee failliete vennootschappen waarbij vermoedens van bestuurdersaansprakelijkheid bestaan. Tevens is bekend geworden dat de schuldenaar zich vanwege een veroordeling voor diefstal moet laten behandelen voor een alcoholverslaving. De rechtbank concludeert dat de schuldenaar reeds voor de toepassing van de Wsnp niet aan zijn inlichtingenplicht heeft voldaan en deze schending heeft voortgezet tijdens de regeling.
Tijdens de zitting op 21 oktober 2024 heeft de rechtbank vastgesteld dat de schuldenaar niet tijdig een advocaat heeft kunnen vinden en dat zijn verzoek tot uitstel niet ontvankelijk is. De inhoudelijke behandeling kon daarom doorgaan, ondanks dat de schuldenaar niet inhoudelijk wenste te verklaren.
De rechtbank acht de verklaring van de schuldenaar dat hij niet bewust informatie heeft achtergehouden niet aannemelijk. De betrokkenheid bij failliete vennootschappen met vermoedelijke fraude, het niet melden van een veroordeling en het voortzetten van ondernemersactiviteiten zonder transparantie maken de situatie ongeschikt voor schuldsanering. De regeling wordt daarom tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro f Faillissementswet.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens schending van de inlichtingenplicht en ongeschiktheid van de situatie.