Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1],
h.o.d.n. [bedrijf 1],
Rechtbank Overijssel
Eiser verkocht eerst een Mercedes Benz S350 aan een vennootschap, vertegenwoordigd door de vader van gedaagde. Vervolgens kocht eiser een andere Mercedes Benz CL500 van dezelfde vertegenwoordiger, maar met een factuur waarop de handelsnaam van gedaagde stond. Na het constateren van gebreken vorderde eiser ontbinding of schadevergoeding van gedaagde.
Gedaagde stelde dat eiser de verkeerde partij had gedagvaard, omdat de overeenkomst met de vennootschap was gesloten en niet met hem persoonlijk. De rechtbank concludeerde dat ondanks de factuur met de handelsnaam van gedaagde, alle andere omstandigheden wezen op de vennootschap als contractspartij.
Daarom kwam de rechtbank niet toe aan inhoudelijke behandeling van de vordering en wees deze af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter Haarhuis op 6 februari 2024.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens verkeerde procespartij; eiser veroordeeld in proceskosten.