Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Waarom verzoeker het verzoek tot wraking heeft ingediend
4.Het standpunt van mr. Van Rosmalen
5.De beoordeling
2 De feiten, de feitelijke gang van zaken weergegeven, voor zover die naar het oordeel van de wrakingskamer relevant is voor de beoordeling van het wrakingsverzoek. Dat mr. Van Rosmalen op die punten een onvolledig of onjuist beeld van de gang van zaken heeft geschetst volgt de wrakingskamer niet.