ECLI:NL:RBOVE:2024:6735
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en besluit
Verzoekster heeft op 3 september 2024 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van 1 juli 2024 van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, zonder daarbij de gronden van het verzoek of een kopie van het besluit en bezwaarschrift te overleggen.
De griffier heeft verzoekster hierop gewezen en verzocht de ontbrekende informatie binnen een week aan te leveren. Verzoekster ontving deze aangetekende brief echter pas nadat de termijn was verstreken en heeft geen aanvullende informatie verstrekt. Telefonisch contact met verzoekster en haar advocaat leidde niet tot het alsnog indienen van de benodigde stukken.
Op grond van artikel 6:6 Awb Pro kan de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaren indien de gronden en het besluit niet worden overgelegd. Dit is hier het geval, zodat het verzoek niet inhoudelijk wordt beoordeeld.
Het beroep van verzoekster tegen het besluit wordt wel in behandeling genomen onder zaaknummer AWB 24/2887 WSG. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en spreekt de uitspraak uit op 17 december 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het besluit.