Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of
hij op of omstreeks 16 juli 2023 te Hengelo, althans in Nederland [slachtoffer 6] heeft mishandeld door (met kracht) die [slachtoffer 6] in/op/tegen het hoofd en/of de rug en/of het lichaam te stompen en/of te slaan met een paraplu, in elk geval met een soortgelijk voorwerp;
hij op of omstreeks 16 juli 2023 te Hengelo, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van de voordeur, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 november 2023;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 14 december 2023 (P. 1-6);
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 1 augustus 2023 (P. 12-15);
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 1 augustus 2023
hij op 16 juli 2023 te Hengelo [slachtoffer 6] heeft mishandeld door met kracht die [slachtoffer 6] op het hoofd en de rug te slaan met een paraplu;
hij op 16 juli 2023 te Hengelo opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van de voordeur die geheel aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander, toebehoorde heeft vernield.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander en gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoorde, beschadigen;
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenoot;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
mishandeling;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoorde, vernielen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander en gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoorde, beschadigen;
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenoot;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
mishandeling;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoorde, vernielen;
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van drie (3) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag € 2.142,10 [zegge: tweeduizend honderdtweeënveertig euro en tien cent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 31 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag € 2.300,00 [zegge: tweeduizend driehonderd euro] te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 33 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag € 750,00 [zegge: zevenhonderdenvijftig euro], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 15 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag € 250,00 [zegge: tweehonderdenvijftig euro], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;